Je kreeg een appel als verboden vrucht,
uitgereikt door een slang,
de duivel maar dan als wolf in schaapskleren,
je geraakte niet bang,
je ging niet op de vlucht,
wat deed jouw hartje daar begeren?
daar in de hof van eden,
zoveel jaren geleden,
in het begin van de mensheid,
voelde jij door iets bevrijd?
je pleegde een zonde,
Adam weerhield je niet,
want hij het had gevoel daarvoor nog niet gevonden,
ook al deed jij hem wel verdriet,
de verleiding was moeilijk te weerstaan,
daar in het paradijs hier ver vandaan,
je wist niet wat je wachten stond,
bij het nuttigen van het stuk fruit,
was jij iets kwijt wat jij niet vond?
of verdoofd door een bepaald geluid?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten