Door je haren,
of snijdt hij in jou gezicht,
daar in het avondlicht,
teken jij dan bezwaren,
voel je hem over je lichaam,
als een rilling zo koud,
zo gemeen en langzaam,
in tweevoud,
dan dien ik als warmtebron,
alleen niet zo fel,
als stralen van de zon,
maar dat weet jij wel,
hou je heel stevig vast,
zolang jij het goed vindt,
de wind huilt als een klein kind,
maar hij krijgt ons niet op de kast
Geen opmerkingen:
Een reactie posten