donderdag 16 juni 2011

Pastorale

Als een herder, 
leid ik jou de wegen, 
zo kan jij rustig verder, 
in zonneschijn of regen, 

de wegen van grind, 
of ruwe steen, 
in de hoop wat je zoekt het vindt, 
maar je bent niet alleen, 

want ik kijk toe, 
waar jij ook zal lopen, 
je ontvangt een gevoel van moe, 
op den duur, 
maar wordt niet overstuur, 
ik leid je overal naartoe, 

van hier naar het verre daar, 
als een gids leidend door de dag en nacht, 
ik behoed jou voor gevaar, 
tot jij eindelijk ziet wat op jou wacht.

Blijf je bij me

 Blijf je hier?
 of ga jij weg?
 je vertrekt geen spier,
 dringt het wel tot je door,
 wat ik jou zeg?
 lijkt me niet je geeft geen gehoor,

 je bent te ver in gedachten,
 waar zullen zij naar reiken?,
 ik ben op jou antwoord aan het wachten,
 zodat wij samen plooien kunnen glad strijken,

 elkaar helpen waar nodig,
 een sterke arm om jou heen,
 is  niet overbodig,
 onze harten niet van steen,

 omdat wij elkaar snappen,
 elkaar naadloos aanvoelen,
 wij niet graag in het stof happen,
 een oogopslag laat zien wat wij bedoelen.

Dieper in de nacht

Dan is het muisstil op straat, 
in het holst van de nacht, 
in tijd enorm laat, 
terwijl de morgen wacht, 

de maan hoog aan hemel staat te prijken, 
op ons neer zal kijken, 
soms als melk half dan weer vol, 
hoe mensen liggen onder de wol, 

om uit te rusten, 
of zich overgeven aan de lusten, 
die hen hopelijk beiden strelen, 
want eenzijdigheid gaat vervelen, 

op den duur, 
ook op een middernachtelijk uur, 
dan het slapen gaan, 
om bij het vallen van de morgen, 
zonder al te veel kopzorgen, 
weer op te staan. 

Mensen om me heen

Al zijn ze in grote getalen om mij heen, 
ik voel mij soms dan alleen, 
hoe dat komt is de grote vraag, 
ik wil het wel zeggen, 
door het uit te leggen, 
want de reden is niet vaag, 

maar helder als glas, 
het gaat terug naar toen ik klein was, 
ik doe het net als toen, 
veelal in mijn eentje, 
ik ben nu allang niet meer groen, 
maar toch een buitenbeentje, 

dat voelt ook zeker niet verkeerd, 
net als onbegrepen voelen, 
maar ik ben het niet verleerd, 
om te weten hoe mensen het vaak over mij bedoelen, 
al ben ik niet meer zo naief, 
maar toch heb ik mensen lief. 

Als je terug zult komen

 staat mijn deur dan nog voor jou open,
 of zal hij gesloten zijn,
 zodat je stil mag hopen,
 dat het verdwenen is mijn pijn,

 mij kennende waarschijnlijk niet,
 want het wil aan mij blijven knagen,
 in lengte van vele dagen,
 het is een stil verdriet,

 die niet snel zal slinken,
 maar zal je onder ogen komen,
 zonder moed in te drinken,
 of mijn tranen te laten stromen,

 ik heb er al teveel om jou gestort,
 mijn ogen blijven droog,
 ook al zitten mijn emoties hoog,
 draai rechtsomkeert ik hoop dat je gelukkig word